Schooltoeslagen in Vlaanderen en het Nederlandstalig Onderwijs in Brussel

Kinderen die naar een Vlaamse erkende school gaan in het kleuter-, lager of secundair onderwijs kunnen recht hebben op de schooltoeslag. Deze toeslag wordt vanaf het schooljaar 2019-2020 betaald door je uitbetalingsactor/kinderbijslagfonds. Men spreekt ook wel van de selectieve participatietoeslag, die bedoeld is als een financiële steun voor gezinnen met een lager inkomen.

Schooltoeslag

Wat is de schooltoeslag?

De schooltoeslag vervangt de schooltoelage die tot het schooljaar 2018-2019 werd uitbetaald door het Vlaams Ministerie van Onderwijs. De schooltoeslag wordt vanaf het schooljaar 2019-2020 uitbetaald door de uitbetalingsactoren/kinderbijslagfondsen.

Vanaf 3 jaar kunnen kinderen, onder bepaalde voorwaarden recht hebben op een jaarlijkse schooltoeslag. Ze moeten hiervoor in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gesubsidieerde of gefinancierde school les volgen in het kleuter, lager of secundair onderwijs of HBO5 Verpleegkunde volgen in Vlaanderen of Brussel.

Heb je vragen over de schooltoelagen tot en met het schooljaar 2018-2019, dan kun je terecht op de website van het Vlaams Ministerie van Onderwijs. Via hun digitaal loket is het mogelijk je ‘oude dossier’ schooltoelagen op te volgen.

De studietoelage voor het hoger onderwijs wordt nog steeds onderzocht en uitbetaald door de afdeling Studietoelagen van het Vlaams Ministerie van Onderwijs.

Gaat je kind naar het secundair of hoger onderwijs in Wallonië of een school in Brussel erkend door de Brusselse/Waalse Gemeenschap? Je kan dan recht hebben op “allocations d’études” beter gekend als 'bourses d'études'.

Hoe en wanneer krijg je de schooltoeslag?

Ontvangt je kind het Groeipakket al via een uitbetalingsactor en is er recht op de schooltoeslag? Dan betalen zij je automatisch deze selectieve participatietoeslag uit. Je hoeft de toeslag zelf niet aan te vragen.

Aan de hand van de gegevens die binnenkomen via het Ministerie van Onderwijs, de Federale Overheidsdienst Financiën,…wordt er gekeken of je recht hebt op de schooltoeslag. Wijzigen deze gegevens in de loop van het jaar? Dan wordt het verschil automatisch uitbetaald.

De jaarlijkse schooltoeslag wordt betaald aan de persoon die het Groeipakket ontvangt.

Wanneer wordt de toeslag betaald?

  • Gezinnen die enkel kinderen hebben jonger dan 18 jaar en die naar school gaan in het kleuter-, lager of secundair onderwijs : in de loop van de maanden september/oktober.
  • Gezinnen met kinderen jonger en ouder dan 18 jaar die naar school gaan in het kleuter-, lager of secundair onderwijs of student zijn in HBO5 Verpleegkunde : vanaf oktober tot en met december.

Heb je eind december nog geen schooltoeslag ontvangen en denk je toch recht te hebben op deze toeslag? Of zijn je gegevens gewijzigd en er zijn nog geen aanpassingen gebeurd? Neem dan in de maand januari contact op met je uitbetalingsactor.

Woon je in Wallonië, Brussel of het buitenland?

Kinderen die in het Brussels Gewest, Wallonië of het buitenland wonen en naar een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school in het kleuter-, lager of secundair onderwijs gaan of HBO5 Verpleegkunde in Vlaanderen of Brussel volgen, kunnen ook recht hebben op een jaarlijkse schooltoeslag.
Vraag bij Parentia je selectieve participatietoeslag/schooltoeslag aan via het aansluitingsformulier.

Wat zijn de voorwaarden om recht te hebben op de toeslag?

De schooltoeslag wordt uitbetaald voor een volledig schooljaar en is afhankelijk van verschillende voorwaarden zoals nationaliteit, soort onderwijs, gezinsinkomen en de puntenlast van het gezin.

Schooltoeslag nationaliteitsvoorwaarden

Nationaliteitsvoorwaarden:

In principe moet de leerling/student Belg zijn op 31 december van het betrokken schooljaar. Ook niet-Belgen komen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking voor de toeslag.

Een pleegkind dat al langer dan 1 jaar in hetzelfde pleeggezin verblijft, vervult automatisch deze voorwaarde.

Je bent niet-Belg:

Als niet-Belg kom je in aanmerking voor de schooltoeslag als de leerling/student op 31 december van het betrokken jaar :

  • gemachtigd is of de toelating heeft om in België te verblijven,
  • het slachtoffer is van mensenhandel en in het bezit van een attest van immatriculatie of een attest van de vzw Payoke (Vlaams Gewest), vzw Pag-Asa (Brussels Gewest) of vzw Sürya (Waals Gewest),
  • een niet-begeleide minderjarige is en in het bezit van een attest van immatriculatie,
  • een pleegkind is dat al langer dan 1 jaar onafgebroken in hetzelfde pleeggezin verblijft.

Pedagogische voorwaarden:

Om recht te hebben op de schooltoeslag:

  • moet de leerling/student nog steeds ingeschreven zijn in een school op 30 juni van het betrokken schooljaar,
  • moet de leerling/student ingeschreven zijn in een door Vlaanderen erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school in het kleuter-, lager of secundair onderwijs.
Schooltoeslag Pedagogische voorwaarden

Je hebt geen recht op de schooltoeslag als de leerling/student:

  • thuisonderwijs volgt,
  • ziekenhuisonderwijs volgt,
  • tweedekansonderwijs (CVO) volgt,
  • privé onderwijs volgt , behalve Eureka – De leerwijzer – Safe en Sint-Ignatiusschool.

De kleuter of leerling/student moet ook voldoende aanwezig zijn op school om recht te hebben op de schooltoeslag. Deze aanwezigheden worden geëvalueerd op 30 juni van het betrokken schooljaar. De uitbetalingsactoren/kinderbijslagfondsen krijgen automatisch de aanwezigheidsdagen door van het ministerie van Onderwijs. Ben je niet akkoord met de aan-/afwezigheden, neem dan contact op met de school.

Is je kind twee schooljaren na elkaar onvoldoende of onwettig afwezig? Dan verlies je de toeslag voor het tweede schooljaar. Voorbeeld : Luk, 12 jaar, is 31 halve dagen onwettig afwezig in het schooljaar 2019-2020 en 38 halve dagen onwettig afwezig in het schooljaar 2020-2021. Hij verliest de schooltoeslag voor het schooljaar 2020-2021.

Is je kind niet meer ingeschreven op 30 juni, dan wordt de toeslag voor het betrokken jaar teruggevraagd.

Kleuteronderwijs

Kleuters moeten een minimum aantal dagen aanwezig zijn op school. Het aantal verplichte aanwezigheidsdagen neemt toe naargelang de leeftijd.

 

Leeftijd op 31 december van het betrokken schooljaar

Aantal dagen aanwezigheid vereist

Jonger dan 3 jaar

Minstens 100 halve schooldagen

3 jaar

Minstens 150 halve schooldagen

4 jaar

Minstens 185 halve schooldagen

5 jaar

Minstens 250 halve schooldagen

6 jaar of ouder

Maximaal 29 halve dagen onwettig afwezig

 

Je kleuter is jonger dan 6 jaar : het aantal halve schooldagen zijn de werkelijke halve dagen die je kleuter aanwezig is op school.
Je kleuter is ouder dan 6 jaar en dus leerplichtig: hij is onwettig afwezig als hij zonder geldige reden niet op school is. Bezorg je een geldig ziektebriefje aan de school dan is je kleuter gewettigd afwezig. 

Lager onderwijs

Leerlingen in het lager onderwijs mogen maximaal 29 halve dagen onwettig afwezig zijn. Je kind is onwettig afwezig als het zonder geldige reden niet op school is. Door een geldig ziektebriefje aan de school te bezorgen, is je kind gewettigd afwezig.

Is het uitgeschreven uit een school dan moet er een nieuwe inschrijving zijn binnen de 15 kalenderdagen. Duurt de onderbreking langer dan 15 kalenderdagen dan is er geen recht op de schooltoeslag. Opgelet: de vakantieperiode tijdens het schooljaar wordt meegeteld in de 15 kalenderdagen.

Secundair onderwijs

Een leerling in het secundair onderwijs moet een voltijdse of deeltijdse opleiding volgen en mag maximaal 29 halve dagen onwettig afwezig zijn. De jongere is onwettig afwezig als hij zonder geldige reden niet op school is. Door een geldig ziektebriefje aan de school te bezorgen is je kind gewettigd afwezig.

Is je kind uitgeschreven uit een school dan moet er een nieuwe inschrijving zijn binnen de 15 kalenderdagen. Duurt de onderbreking langer dan 15 kalenderdagen dan is er geen recht op de schooltoeslag. Opgelet: de vakantieperiode tijdens het schooljaar wordt meegeteld in de 15 kalenderdagen.

In het secundair onderwijs kunnen leerlingen een schooltoeslag ontvangen tot en met het schooljaar (loopt tot 31 augustus) waarin ze 22 jaar worden. Worden ze 23 jaar voor 31 augustus dan is er geen recht op de schooltoeslag voor het betrokken schooljaar.

Er is geen leeftijdsbeperking voor leerlingen in het buitengewoon onderwijs (Buso) en voor studenten die de opleiding verpleegkunde in hoger beroepsonderwijs (HBO5) volgen.

Leerlingen die op internaat of op kot zitten, krijgen een hogere schooltoeslag dan externe leerlingen. Zodra de leerling 5 maanden op internaat zit, worden we hiervan verwittigd. Ontvangen we de gegevens niet dan kan er altijd een regularisatie gevraagd worden aan de hand van een attest van het internaat waar de leerling verblijft.

De student die op kot zit maar nog bij de ouders gedomicilieerd is, kan dit bewijzen aan de hand van een huurovereenkomst. Deze huurovereenkomst is afgesloten voor minstens 5 maanden gedurende het betrokken schooljaar.

Volgt de leerling een opleiding in een andere deelentiteit of in het buitenland waarvoor er in Vlaanderen geen gelijkwaardige opleiding bestaat, kan er ook een recht zijn op de schooltoeslag.

Schooltoeslag Financiële voorwaarden

Financiële voorwaarden:

Of je recht hebt op een schooltoeslag en hoeveel je ontvangt, hangt af van je gezinsinkomsten. Zijn deze niet te hoog dan krijg je een schooltoeslag.

Een pleegkind dat onafgebroken langer dan 1 jaar in hetzelfde pleeggezin verblijft op 31 december van het betrokken schooljaar, wordt vrijgesteld van deze financiële voorwaarde.

Hoe wordt bepaald of je in aanmerking komt voor een schooltoeslag?

  • We gaan eerst na waar het kind gedomicilieerd is en met wat voor een ‘type kind’ we rekening moeten houden : de leefeenheid.
  • We bepalen wie de inkomstenverstrekkers zijn.
  • We berekenen het aantal punten van het gezin.
  • We berekenen de gezinsinkomsten.
  • We doen de KI-test.

Leefeenheid

Om het soort leefeenheid van de leerling te bepalen, wordt er gekeken naar zijn domicilie op 31 december van het betrokken schooljaar. Dit wil zeggen dat als bij een scheiding de gezinsbijslag wordt uitbetaald aan de moeder, maar het kind bij de vader is gedomicilieerd, de leefeenheid gevormd wordt in het gezin van de vader en niet in deze van de moeder. Dat betekent dat o.a. de inkomsten van de vader (+partner) bepalend zijn voor de toekenning van de schooltoeslag. Let op : De schooltoeslag wordt aan de moeder, die het Groeipakket ontvangt, uitbetaald en niet aan de vader.

Overzicht van het type leerling:

  • Gehuwde leerling.
    Je bent een ‘gehuwde leerling’ als :
  1. je gehuwd bent;
  2. je wettelijk samenwonend bent;
  3. je feitelijk samenwoont en 1 of meer gemeenschappelijke kinderen hebt;
  4. je feitelijk samenwoont met een persoon van wie je de kinderen ten laste neemt of die jouw kinderen ten laste neemt;
  5. je beschikt over een verblijfsrecht en feitelijk samenwoont met iemand die de toelating heeft om in België te verblijven om een duurzame relatie voort te zetten of als jij de toelating hebt om in België te verblijven en feitelijk samenwoont met iemand die over een verblijfsrecht beschikt. 
  • Zelfstandige leerling.
    Je bent een ‘zelfstandige leerling’ als:                                                                                              
  1. je ontvoogd bent;
  2. je 16 jaar bent én niet meer gedomicilieerd bij je ouders of werkelijke opvoeders;
  3. je zelf het Groeipakket ontvangt voor één of meer kinderen.
     
  • Rechthebbende leerling woont bij één of beide ouders (= ten laste van de ouders).
  • Rechthebbende leerling woont, al dan niet ingevolge een vonnis, bij een andere natuurlijke persoon dan een ouder  (= ten laste van andere persoon (vb. pleegkinderen, werkelijke opvoeder)).
  • Alleenstaande leerling.
    Je bent een ‘alleenstaande leerling’ als:
  1. je geen gehuwde of zelfstandige leerling bent;
  2. je opgenomen bent in een erkende voorziening/instelling én daar gedomicilieerd bent;
  3. je een alleenwonende volle of halve wees bent;
  4. je een slachtoffer bent van mensenhandel/-smokkel, een niet-begeleide minderjarige of erkend vluchteling bent of een subsidiaire bescherming geniet;
  5. je enige ouder of je beide ouders uit de ouderlijke macht ontzet zijn. (aantonen via een vonnis).

Wie zijn de inkomstenverstrekkers?

Inkomstenverstrekkers zijn maximaal twee personen die geen bloed- of aanverwanten zijn tot en met de 3de graad, die samenwonen en samen een huishouden regelen, hetzij financieel, hetzij op een andere ondersteunende manier. Ook hier wordt gekeken naar de situatie op 31 december van het betrokken schooljaar. De inkomstenverstrekkers zijn de personen op wiens inkomsten de toeslag wordt berekend.

De inkomstenverstrekker(s) op basis van het type kind

Situatie

Wie zijn inkomsten

1 ouder

Inkomsten van deze ouder

1 werkelijke opvoeder

Inkomsten van deze opvoeder

2 ouders

Inkomsten van beide ouders

2 werkelijke opvoeders

Inkomsten van beide opvoeders

1 ouder samenwonend met niet-verwant

Inkomsten van beide personen

1 werkelijke opvoeder samenwonend met niet-verwant

Inkomsten van beide personen

Gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling

Inkomsten van de leerling en eventuele partner

Als verschillende niet-verwante personen officieel samenwonen, wordt een gezin gevormd met de volgende personen, in afdalende volgorde:

  • de persoon met wie je getrouwd bent;
  • de andere ouder van het kind;
  • de persoon met wie je samen de gezinswoning hebt gekocht of gebouwd;
  • de persoon met wie je verklaart samen de kinderen op te voeden;
  • de persoon met wie je het langst samenwoont.

Een samenwoonst blijkt uit het gemeenschappelijke domicilie die altijd weerlegd kan worden.

Na het bepalen van de inkomstenverstrekkers wordt gekeken welke personen nog deel uitmaken van de leefeenheid. Als deze personen fiscaal ten laste zijn van de inkomstenverstrekker(s) en we hiervan niet op de hoogte zijn, kan dit aangetoond worden met een ‘attest fiscaal ten laste’, te bekomen bij de belastingdienst.

Puntentelling leefeenheid.

Op basis van zijn domicilieadres weten we wie er deel uitmaakt van het gezin van de leerling en kan de personenlast in het gezin uitgedrukt worden in punten. Hoe hoger het aantal punten, hoe hoger de inkomensgrens ligt voor een toeslag. Hier wordt opnieuw gekeken naar de situatie op 31 december van het betrokken schooljaar om het aantal punten te bepalen.

Wie?

Aantal punten

1 startpunt voor alle gezinnen, behalve de zelfstandige en alleenstaande leerlingen zonder kinderen ten laste

+1

Elke persoon in het gezin die fiscaal ten laste is van de inkomstenverstrekker(s)

+1

Elke leerling of student in het gezin die niet meer fiscaal ten laste is en niet voldoet aan de voorwaarden voor gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling

+1

Elke persoon in het gezin die op 31 december van het betrokken schooljaar 66% gehandicapt is (minstens 4 punten in 1ste pijler)

+1

Elke persoon in het gezin die hoger onderwijs, Bachelor-na-Bacheloropleiding of Master-na-Masteropleiding volgt krijgt een extra punt. Het totaal aantal punten wordt verminderd met 1 en bedraagt nooit minder dan 0

+1

 

Als het aantal punten van het gezin gekend is, dan kan de minimum en maximumgrens bepaald worden waarbinnen de inkomsten van de inkomensverstrekker(s) mogen schommelen om recht te hebben op de schooltoeslag.

Puntenschaal:

Aantal punten

Minimumgrens

Maximumgrens

0 punten

€ 11.808,74

€ 24.153,07

1 punt

€ 20.465,08

€ 33.916,35

2 punten

€ 23.089,01

€ 41.490,60

3 punten

€ 25.296,19

€ 47.098,41

4 punten

€ 26.629,19

€ 53.159,68

5 punten

€ 27.948,13

€ 60.644,35

6 punten

€ 29.266,99

€ 65.712,70

7 punten

€ 30.585,88

€ 68.426,73

8 punten

€ 31.904,76

€ 71.107,47

9 punten

€ 33.223,65

€ 73.794,25

10 punten

€ 34.542,54

€ 76.651,59

11 punten

€ 35.861,49

€ 79.167,95

12 punten

€ 37.180,34

€ 81.969,05

13 punten

€ 38.499,24

€ 84.598,76

14 punten

€ 39.499,24

€ 87.285,60

15 punten

€ 41.102,63

€ 89.972,35

16 punten

€ 42.312,77

€ 92.659,23

17 punten

€ 43.522,91

€ 95.346,02

18 punten

€ 44.733,01

€ 98.032,81

19 punten

€ 45.943,15

€ 100.719,71

20 punten

€ 47.153,27

€ 103.406,48

 

 

 

  • Ligt je inkomen boven de maximumgrens : geen recht op de toeslag.
  • Is je inkomen gelijk aan de maximumgrens : je ontvangt de minimumtoeslag.
  • Is je inkomen gelijk of lager dan de minimumgrens : je ontvangt de volledige toeslag.
  • Ligt je inkomen tussen de maximumgrens en de minimumgrens : je ontvangt een gedeeltelijke toeslag.
  • Is je inkomen lager dan of gelijk aan 1/10 van de maximumgrens en je inkomen bestaat uit 70% vervangingsinkomen of 70% onderhoudsgeld of 70% leefloon of 70% IVT: je ontvangt de uitzonderlijke toeslag.

We berekenen je gezinsinkomen.

Om een objectief beeld te krijgen van het inkomen, baseren we ons op de gegevens afgeleverd door de Federale Overheidsdienst Financiën, het aanslagbiljet.

Voor het schooljaar 2019-2020 betreft het de inkomsten van het jaar 2017, aanslagbiljet 2018. Zowel het Kadastraal Inkomen, de niet-belastbare inkomsten (leefloon, equivalent leefloon en inkomensvervangende tegemoetkoming) als de buitenlandse inkomsten (door aanslagbiljet buitenland of attesten van werkgevers, diensten of instellingen) worden vastgesteld op basis van de gegevens van 2017.

Welke inkomsten tellen mee voor de toeslag?

  • het bruto belastbare inkomen : beroepsinkomsten verhoogd met beroepskosten en/of uitkeringen (werkloosheids-,ziekte- of pensioenuitkeringen);
  • het netto belastbare inkomen als zelfstandige vermenigvuldigd met 100/80;
  • 80% van het ontvangen onderhoudsgeld volgens het aanslagbiljet : het gaat om onderhoudsgeld uitbetaald aan ex-partners, niet om het alimentatiegeld voor de kinderen;
  • het leefloon of equivalent leefloon;
  • de inkomensvervangende tegemoetkoming;
  • 3 maal het geïndexeerd kadastraal inkomen vreemd gebruik : je onroerende goederen, behalve je eigen huis en behalve de gebouwen die je gebruikt voor beroepsdoeleinden (te vinden op het aanslagbiljet onroerende voorheffing);
  • 1 maal het geïndexeerd kadastraal inkomen voor eigen beroepsdoeleinden (te vinden op het aanslagbiljet onroerende voorheffing);
  • alle inkomsten uit het buitenland of inkomsten van een Europese of internationale instelling.

Welke inkomsten tellen niet meer voor de toeslag?

  • alle toelagen uit het Groeipakket;
  • alimentatie voor de kinderen;
  • roerende inkomsten;
  • achterstallen voor het verleden;
  • verbrekingsvergoedingen voor de toekomst.

Kom je niet aanmerking voor de schooltoeslag op basis van de inkomsten van 2017, maar is je gezinssituatie veranderd of liggen je inkomsten lager in 2019? Bezorg ons de bewijzen dat het inkomen in het jaar 2019 lager ligt dan in 2017. Dit doe je door de inkomsten van minstens 6 maanden (niet noodzakelijk opeenvolgend) binnen hetzelfde kalenderjaar op te sturen. We berekenen de geschatte inkomsten van het jaar waarin het schooljaar start en betalen de schooltoeslag als de voorwaarden voldaan zijn.

Er gebeurt een automatische controle na 2 jaar aan de hand van het aanslagbiljet (voor 2019 gebeurt dit in 2021). Dit kan leiden tot (g)een bijpassing.

We doen de KI-test.

Met de ‘kadastraalinkomentest’ (KI-test) wordt er rekening gehouden met de gebouwen en gronden die in het bezit zijn van je gezin. Als het KI vreemd gebruik te hoog is in vergelijking met je inkomen, kom je niet in aanmerking voor een schooltoeslag. Alle databanken van de Federale Overheidsdienst Financiën worden geraadpleegd en alle onroerende goederen in je bezit worden meegeteld.

Voor wie is de KI-test?

De KI-test geldt alleen als er in het gezin onroerende goederen vreemd gebruik zijn. Dat zijn alle onroerende goederen, buiten de eigen woning en de onroerende goederen voor eigen beroepsgebruik. Dit zijn bijvoorbeeld huizen die je al dan niet verhuurt, een vakantiewoning of gronden.

We voeren de KI-test niet uit :

  • als het geïndexeerd KI van de onroerende goederen vreemd gebruik lager ligt dan of gelijk is aan 1.250 EUR;
  • als het inkomen geheel of gedeeltelijk uit (equivalent) leefloon bestaat;
  • als het inkomen voor minstens 70% bestaat uit onderhoudsgeld en/of vervangingsinkomsten (werkloosheid, ziekte-uitkering, brugpensioen) en/of overlevingspensioen en/of inkomensvervangende tegemoetkomingen;
  • als je een alleenstaande leerling bent.

KI-test stap voor stap:

  • stap 1 : het geïndexeerd KI vreemd gebruik wordt vermenigvuldigd met 3. Het resultaat is X.
  • stap 2 : van het gezinsinkomen trekken we 3 maal het geïndexeerd KI vreemd gebruik en 1 maal het geïndexeerd KI eigen beroepsdoeleinden af en delen het resultaat door 5. Het resultaat is Y.
  • stap 3 : we vergelijken X met Y.
    X is kleiner of gelijk aan Y : je komt in aanmerking voor een schooltoeslag.

X is groter dan Y : je hebt geen recht op een schooltoeslag.

Hoeveel bedraagt de schooltoeslag?

Het bedrag van de schooltoeslagen hangt af van het type onderwijs dat je volgt, het gezinsinkomen en de gezinssituatie (gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling).

Voor een kleuter krijg je altijd een vast bedrag als je gezinsinkomen op of onder de maximum inkomstengrens ligt.

Vanaf het lager onderwijs is het bedrag variabel naargelang je inkomstengrens.

  • Ligt je inkomen boven de maximumgrens : geen recht op de toeslag.
  • Is je inkomen gelijk aan de maximumgrens : je ontvangt de minimumtoeslag.
  • Is je inkomen gelijk of lager dan de minimumgrens : je ontvangt de volledige toeslag.
  • Ligt je inkomen tussen de maximumgrens en de minimumgrens : je ontvangt een gedeeltelijke toeslag.
  • Is je inkomen lager dan of gelijk aan 1/10 van de maximumgrens en je inkomen bestaat uit 70% vervangingsinkomen of 70% onderhoudsgeld of 70% leefloon of 70% IVT: je ontvangt de uitzonderlijke toeslag. Hebben geen recht op de uitzonderlijke toeslag : de gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling. De interne leerling (internaat of op kot) en de studenten in het HBO5.

Vanaf het secundair onderwijs krijgt een leerling op internaat een hoger bedrag.

Bedragen : 

Kinderen uit

 

Minimum
toeslag

Volledige
toeslag

Uitzonderlijke
toeslag

Kleuteronderwijs

 

103,70 EUR

103,70 EUR 103,70 EUR

Lager onderwijs

 

121,01 EUR

188,19 EUR

244,37 EUR

Secundair onderwijs

 

Gehuwde / zelfstandige / alleenstaande leerlingen

 

712,98 EUR

3.268,73 EUR

         -

Leerling in het 3de leerjaar van de 3de graad
voltijds of beroeps Secundair

Extern

280,60 EUR

1.132,07 EUR

1.329,23 EUR

 

Intern

725,16 EUR

1.861,09 EUR

         -

Alle anderen secundair onderwijs

Extern

233,75 EUR

943,30 EUR

1.107,57 EUR

 

Intern

604,31 EUR

1.550,86 EUR

          -

Stelsel werken/leren   196,55 EUR 537,45 EUR 693,34 EUR
         
Hoger beroepsonderwijs -> opleiding Verpleegkunde Extern 829,80 EUR 1.212,27 EUR           -
  Intern 829,80 EUR 3.640,66 EUR           -

 

Hoger beroepsonderwijs -> opleiding Verpleegkunde

Extern

829,80 EUR

1.212,27 EUR

          -

Intern

829,80 EUR

3.640,66 EUR

          -

Wat als de jongere hoger onderwijs volgt?

Als één van de kinderen in je gezin hoger onderwijs in Vlaanderen of Nederlandstalig hoger onderwijs in Brussel volgt, vraag je de studietoelage nog altijd aan via het Vlaams Ministerie van Onderwijs.

Voor het schooljaar 2019-2020 kun je je aanvragen indienen vanaf 1 augustus 2019 tot uiterlijk 1 juni 2020. De datum van ontvangstbevestiging, digitaal of poststempel als het gaat om een papieren aanvraag, geldt als bewijs. Komt je aanvraag na 1 juni 2020 toe op hun diensten, wordt je aanvraag niet meer behandeld.

De aanvraag kun je op twee manieren indienen:

Online aanvragen.

Je online aanvraag kun je indienen via het digitaal loket. Je doet dit via je identiteitskaart met een kaartlezer of via de itsme-applicatie.

De student kan perfect een aanvraag indienen en opvolgen voor zichzelf, ook als hij zelfstandige, gehuwde of alleenstaande student is. De persoon die voorziet in het onderhoud van de student, kan ook een aanvraag indienen en opvolgen.

Je houdt ook best het bankrekeningnummer van de student bij de hand. 

Papieren aanvraag.

Een papieren aanvraag kun je indienen via het aanvraagformulier. Dit stuur je door naar : Afdeling Studietoelagen – Hendrik Conciencegebouw – Koning Albert II laan 15 te 1210 Brussel. Je krijgt een e-mail of brief met de bevestiging dat ze je aanvraag goed hebben ontvangen. 

Aan welke voorwaarden moet de student voldoen om in aanmerking te komen?

Ook hier wordt rekening gehouden met 4 criteria:

Hoeveel bedragen de studietoelagen?

Onderstaande tabel geeft je een idee van het uiteindelijke bedrag. Het juiste bedrag ontvang je als je aanvraag verwerkt is door de dienst Studietoelagen op basis van de gegevens in je persoonlijk aanvraagdossier.

Wie een deeltijds studietraject volgt (= minder dan 60 studiepunten) krijgt een percentage van de toelage voor voltijdse studenten, maar minstens de minimumtoelage.

Het bedrag hangt af van de verblijfplaats van de student, het gezinsinkomen, het studietraject en het studietoelagekrediet.

Bedragen studietoelagen 2019-2020:

Inkomen

Studietoelage

Bedrag voor 60 studiepunten (voltijds studietraject)*

Boven maximumgrens

Geen

-

Gelijk aan maximumgrens

Minimumtoelage

271,49

Tussen maximum- en minimumgrens

Volgens formule

Gedeeltelijke toelage: tussen minimum- en volledige toelage

Niet hoger dan minimumgrens

Volledige toelage

Kotstudent 4.201,42
Niet-kotstudent 2.521,67

Niet hoger dan 1/10

Uitzonderlijke toelage

Kotstudent 5.656,65
Niet-kotstudent 3.659,30

Bij de studentenvoorziening van je universiteit of hogeschool kun je een voorschot op je studietoelage vragen.

De student is een pleeggast:

  • De pleeggast moet op 31 december 2019 al meer dan 1 jaar onafgebroken in hetzelfde pleeggezin verblijven.
  • De pleeggast moet voldoen aan de pedagogische voorwaarden zoals een gewone student hoger onderwijs.
  • Er zijn geen financiële voorwaarden. Een pleeggast komt dus in aanmerking voor een studietoelage ongeacht het inkomen van de pleegouders.
  • Er zijn geen nationaliteitsvoorwaarden voor de pleeggast.
  • De toelage is altijd de volledige toelage.

Heb je nog vragen, neem gerust contact op met Parentia!