Plaatsing in een instelling

Plaatsing in een instelling

Een instantie die bevoegd is voor de jeugdbescherming kan, in het belang van het kind, maatregelen treffen om een minderjarige in een instelling te plaatsen. 

Als een gehandicapt kind wordt geplaatst, dan zal je consulent je ook inlichten over een eventuele toeslag.

  • Wie opent het recht op kinderbijslag?

    De algemene voorrangsregels zijn van toepassing. 

    Bij ontvangst van het officiële plaatsingsbericht, zal het kinderbijslagfonds dat voor het kind betaalde, de betalingen aanpassen en de voortzetting van het recht onderzoeken.  

  • Wie ontvangt de kinderbijslag? 

    Bij plaatsing in een instelling wordt 2/3 van de kinderbijslag rechtstreeks uitbetaald aan de instelling of de plaatsende overheid (om de kosten te dekken voor het levensonderhoud van het kind). Het overblijvende 1/3 wordt over het algemeen betaald aan de persoon die het kind opvoedde vóór de plaatsing, op voorwaarde dat die persoon tijdens de plaatsing verder zorg draagt voor het kind. De rechter kan echter beslissen om 1/3 van de kinderbijslag te storten op een spaarboekje op naam van de jongere. Het bedrag op het spaarboekje blijft geblokkeerd tot hij meerderjarig is. 

  • Hoe wordt de kinderbijslag berekend voor een geplaatst kind?

    Er zijn 2 mogelijkheden: 

    Het kind is alleen in het gezin: de kinderbijslag (basisbedrag, leeftijdstoeslag en eventueel andere toeslag) wordt opgesplitst: 

    • 2/3e van de kinderbijslag wordt rechtstreeks uitbetaald aan de instelling, om de kosten te dekken voor het levensonderhoud van het kind. 
    • 1/3e wordt betaald aan de persoon die het kind opvoedde voor het geplaatst werd (op voorwaarde dat deze persoon blijft zorgdragen voor het kind). De rechtbank kan ook beslissen om het overblijvende deel op een geblokkeerde spaarrekening te storten tot het kind meerderjarig is. 

    Het kind is niet alleen in het gezin: de kinderbijslag wordt als volgt berekend: 

    • De kinderbijslagen (basis en sociale toeslag) van alle kinderen worden samengeteld. De som wordt gedeeld door het aantal kinderen. De leeftijdstoeslag en eventuele toeslag voor een kind met een aandoening wordt erbij geteld. Het resultaat wordt verdeeld: 
    • 2/3e voor de instelling 
    • 1/3e voor de persoon die het kind opvoedde vóór de plaatsing (zolang deze zich om het kind blijft bekommeren) of op de geblokkeerde spaarrekening van het kind (bij beslissing van de jeugdrechter of de overheid). 

    Als een kind in een instelling geplaatst is, dan bepaalt de situatie van de bestemming van het 1/3 van de kinderbijslag of een toeslag als eenouder (link naar alleenstaande ouder: een specifieke toeslag) kan worden toegekend.