Kind met handicap

Kind met handicap

Wanneer een kind onder de 21 jaar een aandoening heeft die een vermindering van zijn lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot gevolg heeft, dan kunnen wij een toeslag betalen. Voorwaarde is wel dat de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid (FOD Sociale Zekerheid) de aandoening erkent.  

  • Wie heeft recht op bijkomende bijslag?

    Het is een arts van de FOD Sociale zekerheid die oordeelt over de ernst van de handicap of aandoening van je kind. 

    Je kind wordt geëvalueerd op basis van drie pijlers (medisch-sociale schaal): 

    • de lichamelijke en geestelijke gevolgen van de handicap of aandoening (pijler 1) 
    • de impact ervan op het dagelijkse leven van het kind: zijn activiteit en participatie in het gezin en daarbuiten (pijler 2) 
    • de impact ervan voor het familiale leven (pijler 3) 

    De arts van de FOD Sociale zekerheid kent aan iedere pijler punten toe. Het kind heeft recht op een toeslag als het minstens 4 punten behaalt in pijler 1 of minstens 6 punten in de drie pijlers samen. 

  • Waar en hoe de aanvraag indienen?

    Als je denkt dat je kind een aandoening heeft die zijn lichamelijke of geestelijke mogelijkheden vermindert, neem dan contact op met je kinderbijslagfonds. Je consulent zal dan de FOD Sociale Zekerheid informeren over je aanvraag en die dienst zal je op haar beurt de nodige documenten opsturen. 

    De ingevulde documenten stuur je terug naar de FOD Sociale Zekerheid. Je kan je voor het invullen van deze formulieren laten bijstaan door je ziekenfonds of door een sociaal assistent van de FOD bij de gemeente. 

    Deze procedure kan ook online gebeuren. In de documenten die je ontvangt, wordt uitgelegd hoe je te werk moet gaan. 

    Op basis van de toegestuurde informatie, kan de FOD Sociale Zekerheid je kind daarna uitnodigen voor een medisch onderzoek. De arts van de FOD deelt de beslissing mee aan jou en aan het kinderbijslagfonds. Het kinderbijslagfonds informeert je op zijn beurt over de bedragen waarop je aanspraak kan maken. Het zal de toeslag toekennen vanaf de datum van erkenning die vermeld staat op de beslissing. Een regularisatie van de toeslag voor het verleden is dus mogelijk. Alles hangt af van de beslissing van de FOD Sociale Zekerheid. 

    De FOD zal enkele maanden vóór de einddatum van de lopende erkenning onderzoeken of deze kan worden verlengd. 

  • Op hoeveel toeslag heb je recht?

    Het bedrag hangt af van de evaluatie van de aandoening door de FOD Sociale Zekerheid.
    Bovenop de gewone kinderbijslag, kan je maandelijks aanspraak maken op een toeslag volgens de ernst van de aandoening

    Voor de kinderen die vroeger werden geëvalueerd op basis van hun zelfredzaamheid (oude reglementering), gelden de oude toeslagen op basis van de toegekende graad van zelfredzaamheid.  

    Als de medische toestand van je kind verandert, kan je altijd een nieuwe evaluatie aanvragen via je kinderbijslagfonds. 

  • Van 18 tot 21 jaar: werken of zich inschrijven als werkzoekende?

    Het kind met een aandoening heeft een onvoorwaardelijk recht op de toeslag tot 31 augustus van het jaar waarin het 18 wordt.

    Een kind geboren voor 31 december 2000 heeft geen recht op de toeslag als : 
    • hij een winstgevende activiteit uitoefent die onderworpen is aan sociale zekerheid (uitgezonderd activiteiten in een beschutte werkplaats, leerovereenkomst met een loon onder de toegelaten 551,89 EUR bruto per maand, studentenjob en een IBO contract)
    • hij een sociale uitkering geniet (werkloosheid, ziekte) die voortvloeit uit een niet toegestane winstgevende activiteit.

    Met andere woorden, na de periode van onvoorwaardelijk recht kan een professionele activiteit die onderworpen is aan RSZ leiden tot een opschorting van de toeslag op de kinderbijslag. Het kind behoudt echter altijd zijn recht op de basiskinderbijslag gedurende de ganse periode van de lopende mindervaliditeitsbeslissing.

    Een kind geboren voor 31 december 2000 heeft echter wel recht wanneer

    • hij een contract heeft in het teken van een alternerende opleiding en hierbij inkomsten heeft die het maximum toegestane plafond van 551,89 EUR bruto per maand niet overschrijden
    • hij een recht open op kinderbijslag als student en maximum 240 uren per trimester werkt (tijdens de zomervakanties tussen 2 schooljaren in, kan de student onbeperkt werken)
    • hij een activiteit uitoefent tijdens zijn beroepsinschakelingstijd waarvan het loon het maximum toegestande plafond van 551,89 EUR bruto per maand niet overschrijdt.
    Een kind geboren vanaf 01 januri 2001 heeft geen recht op het basis bedrag als
    • hij meer dan 240 uren per trimester werkt (uitgezonderd studentenwerk, zelfstandige activiteit vrijgesteld van sociale bijdrage en alternerende opleiding)
    • hij een sociale uitkering ontvangt (ziekte, invaliditeit, werkongeval of beroepsziekte) die voortvloeit uit een niet toegelaten activiteit
    • hij een werkloosheidsuitkering of een uitkering ten gevolge van een beroepsloopbaanonderbreking ontvangt
    • hij voor zijn opleiding ondernemingshoofd of zijn opleiding in het teken van werkplekleren een vergoeding ontvangt die hoger ligt dan het toegestane bedrag van 551,89 EUR bruto per maand.

     In ieder geval worden zowel de kinderen geboren voor als vanaf de eerste januari 2001 meegerekend voor het toekennen van de rangen van de andere kinderen in het gezin. 

    Nutiige informatie :
    Vanaf het ogenblik dat de jongere de leeftijd van 20 jaar heeft bereikt, kan je bij je gemeentelijke diensten een aanvraag indienen voor een uitkering voor personen met een handicap.

  • En wat na 21 jaar?

    Zodra het kind 21 is, heeft het geen recht meer op de toeslag. Het kan nog gewone kinderbijslag ontvangen tot zijn 25ste verjaardag wanneer het verder studeert  , een leerovereenkomst volgt of zich inschrijft als werkzoekende.

    De jongere kan bij de gemeente een aanvraag indienen om een toelage voor gehandicapten te genieten, zodra hij 20 jaar wordt. 

    Personen met een handicap die al 21 jaar waren op 1 juli 1987 en die toen kinderbijslag genoten, kunnen die verder ontvangen zonder leeftijdsbeperking. Deze regeling geldt enkel voor mindervaliden die werkzaam zijn in een beschutte werkplaats of waarvan de handicap ‘volledig en definitief’ erkend was.