Kinderbijslag bij een leerstoornis of autisme, waarop heb je recht?

Kreeg jouw kind de diagnose autisme? Of worstelt hij met een leerstoornis? In sommige gevallen kun je aanspraak maken op een toeslag bovenop de kinderbijslag. Parentia licht kort toe.

Kinderbijslag bij leerstoornis of autisme

Autisme is geen leerstoornis

Eerst en vooral is het belangrijk even te verduidelijken wat autisme is. Sommige mensen associëren  autisme  met een leerstoornis. Dit is niet correct. Autisme is een ontwikkelingsstoornis. Kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) denken op een andere manier, hetgeen invloed heeft op het kunnen begrijpen wat een ander denkt en voelt en hoe iets wat zijzelf doen of zeggen, de ander beïnvloedt. Kinderen met autisme verwerken prikkels die via de zintuigen binnenkomen vaak anders dan de meeste kinderen. Hierdoor worden ze door sommige prikkels extra gevoelig. Dit alles brengt vaak een leerstoornis met zich mee. Een leerstoornis is een probleem in het leren van vaardigheden zoals lezen, schrijven, rekenen, spreken, taal en zelfs bewegen (motorische vaardigheden) dat zich voordoet tijdens de prille kinderjaren. Welke leerstoornissen zich kunnen voordoen is verschillend van kind tot kind. Zo kan een kind met autisme lijden aan dyslexie, dyspraxie, dyscalculie maar ook ADHD, ADD of hoogbegaafdheid om er maar een paar te noemen.

Het is uiteraard ook nodig te melden dat leerstoornissen ook los van autisme kunnen voorkomen. Het is niet omdat je kind een leerstoornis heeft, dat we er ook onmiddellijk van uit moeten gaan dat hij of zij ook (een vorm van) autisme heeft. 

Bijkomende kosten!

Wanneer je kind een leerstoornis heeft en daar in sommige gevallen ook nog de diagnose autisme bovenop krijgt, mag je je vaak aan een aantal extra kosten verwachten. Zo zul je misschien bijkomende medische kosten hebben. Het kan dat de motorische ontwikkeling van je kind niet gaat zoals verwacht en dat je daar hulp voor moet inschakelen. Ook als het studeren of spreken niet van een leien dakje gaat, bestaat de kans dat je professionele hulp moet inschakelen in de vorm van een logopedist of bijlessen.
​​​​​​​
Bij BijlesHuis kun je specifiek vragen naar geschoolde docenten die ervaring hebben met leerstoornissen. Zij begeleiden je zoon of dochter op maat.  

Kinderbijslag bij autisme of leerstoornis

Welke hulp komt er vanuit de kinderbijslag?

Om enigszins in deze kosten tegemoet te komen, kun je onder bepaalde voorwaarden via je kinderbijslag een bijkomende toeslag bekomen, de zogenaamde toeslag voor kinderen met een aandoening

Deze toeslag varieert van € 89,15 tot € 594,36 afhankelijk van de ernst van de aandoening. Hieronder vind je een tabel terug die weergeeft welk bedrag correspondeert met welk aantal punten.

PUNTEN

BEDRAG

4 tot 5 punten (minstens 4 punten in de 1e pijler)

€ 89,15

6 tot 8 punten (minder dan 4 punten in de 1e pijler)

€ 118,74

6 tot 8 punten (minstens 4 punten in de 1e pijler)

€ 457,37

9 tot 11 punten (minder dan 4 punten in de 1e pijler)

€ 277,08

9 tot 11 punten (minstens 4 punten in de 1e pijler)

€ 457,37

12 tot 14 punten

€ 457,37

15 tot 17 punten

€ 520,07

18 tot 20 punten

€ 557,21

meer dan 20 punten

€ 594,36

Wie heeft recht op deze bijkomende toeslag?

Een arts erkend van het FOD Sociale Zekerheid oordeelt over de ernst van de aandoening dewelke je kind heeft. Hij baseert zich hiervoor op 3 pijlers, de zogenaamde pijlers van de medisch-sociale schaal.

  • Pijler 1: de lichamelijke en geestelijke gevolgen van de aandoening van je kind.
  • Pijler 2: de impact van de aandoening op het dagelijks leven van het kind zelf (zijn activiteit en participatie in het gezin en daarbuiten)
  • Pijler 3: de impact van de aandoening op het familiale leven (dus ook de impact die het heeft op de gezinsleden en niet enkel op het kind zelf)

Zodra je kind een toekenning krijgt van minstens 4 punten op de eerste pijler of minimum 6 punten op de 3 pijlers samen, heeft hij recht op een bijkomende toeslag. Bovendien heeft een erkend kind onvoorwaardelijk recht op het basisbedrag van de kinderbijslag tot de leeftijd van 21 daar waar kinderen zonder erkenning dit recht maar onvoorwaardelijk hebben tot de leeftijd van 18 jaar. Deze toeslag zelf wordt aan erkende kinderen tot de leeftijd van 18 jaar zonder voorwaarden uitbetaald.  Tussen de leeftijd van 18 en 21 jaar moet het erkend kind wel aan een aantal voorwaarden qua tewerkstelling voldoen om recht te hebben op deze bijkomende toeslag. Meer gedetailleerde informatie hierover vind je terug op onze pagina aangaande de toeslag voor kinderen met een aandoening

Hoe vraag je de toeslag voor kinderen met een aandoening aan?

Wanneer bij je kind de diagnose autisme werd gesteld, of wanneer er door bevoegde professionelen een leerstoornis bij je kind werd vastgesteld, kun je contact nemen met je kinderbijslagfonds. Je laat de consulent die je dossier kinderbijslag behandelt, weten dat je de procedure tot erkenning voor de toeslag voor kinderen met een aandoening wenst op te starten. Je kinderbijslag fonds stelt FOD Sociale Zekerheid dan op de hoogte van je aanvraag en zij sturen je dan op hun beurt een aantal documenten ter invulling op. Eens de nodige documenten weer bij FOD Sociale Zekerheid zijn binnengekomen, zul je door éé van hun artsen worden uitgenodigd om met je kind op onderzoek te gaan. Op basis van dat onderzoek en het vooropgestelde dossier, zal de bevoegde arts je kind een aantal punten op de medisch-sociale schaal toekennen. Dit aantal punten wordt dan gecommuniceerd aan je kinderbijslagfonds dewelke op zijn beurt je de toeslag (eventueel met terugkerende kracht) zal uitbetalen die overeenstemt met het aantal toegekende punten. De beslissing die wordt toegekend is in de meeste gevallen voor een bepaalde duur. Een aantal maanden voor het einde van de lopende beslissing, zal de arts van FOD Sociale Zekerheid onderzoeken of de beslissing verlengd (of eventueel aangepast) kan worden. Ben je niet akkoord met de beslissing van de arts, dan kun je steeds beroep aantekenen tegen deze beslissing. Dit doe je bij je kinderbijslagfonds of via de arbeidsrechtbank van je woonplaats.

Tot wanneer kan je de toeslag voor kinderen met een aandoening krijgen?

Een kind dat erkend wordt, kan die erkenning voor een toeslag  maximaal krijgen tot de leeftijd van 21 jaar. Een erkend kind heeft een onvoorwaardelijk recht tot de leeftijd van 18 jaar. Wanneer dit kind meerderjarig wordt, kan het erkende kind de toeslag voor kinderen met een aandoening onder voorwaarden nog maximaal krijgen tot en met de maand waarin het kind 21 jaar wordt.

Wat na de leeftijd van 21 jaar?

Eens je kind de leeftijd van 21 jaar bereikt heeft, valt de toeslag voor kinderen met een aandoening binnen de kinderbijslag weg. De overheid voorziet in dat geval (afhankelijk van de ernst van je aandoening) onder bepaalde voorwaarden een inkomensvervangende tegemoetkoming of een integratietegemoetkoming. Vanaf 1 augustus 2020 kun je deze tegemoetkoming ontvangen vanaf de leeftijd van 18 jaar. De aanvraag tot één van beide tegemoetkomingen kun je dus al doen terwijl je al een toeslag voor kinderen met een aandoening bovenop je kinderbijslag ontvangt. Meer informatie hierover vind je terug op de website van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, Personen met een handicap. De aanvraag zelf doe je via ‘My Handicap’.

Vond je dit een interessant artikel? Wil je graag nog meer weten over onderwerpen die interessant zijn op administratief vlak? Neem dan zeker ook een kijkje op onze Parentia blog.

Bronnen: 

  • UZA
  • Zitstil.be