Kind met handicap

Kind met handicap

Wanneer een kind onder de 21 jaar een aandoening heeft die een vermindering van zijn lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot gevolg heeft, dan kunnen wij een toeslag betalen. Voorwaarde is wel dat de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid (FOD Sociale Zekerheid) de aandoening erkent.  

  • Wie heeft recht op bijkomende bijslag?

    Vóór 31/12/2018 was het een arts van de FOD Sociale zekerheid die oordeelt over de ernst van de handicap of aandoening van je kind. 

    Vanaf 01/01/2019 oordeelt een arts die erkend is door Kind en Gezin over de ernst van de aandoening.

    Je kind wordt geëvalueerd op basis van drie pijlers: 

    • de lichamelijke en geestelijke gevolgen van de handicap of aandoening (pijler 1) 
    • de impact ervan op het dagelijkse leven van het kind: zijn activiteit en participatie in het gezin en daarbuiten (pijler 2) 
    • de impact ervan voor het familiale leven (pijler 3) 

    De arts kent aan iedere pijler punten toe. Het kind heeft recht op een toeslag als het minstens 4 punten behaalt in pijler 1 of minstens 6 punten in de drie pijlers samen. 

  • Waar en hoe de aanvraag indienen?

    Als je denkt dat je kind een aandoening heeft die zijn lichamelijke of geestelijke mogelijkheden vermindert, neem dan contact op met je uitbetaler van het Groeipakket. Je consulent zal dan Kind en Gezin informeren over je aanvraag en die dienst zal je op haar beurt de nodige documenten opsturen. 

    De ingevulde documenten samen met medische/sociale verslagen van maximum 3 maanden oud, stuur je terug naar Kind en Gezin. Je kan je voor het invullen van deze formulieren laten bijstaan door je ziekenfonds of door een sociaal assistent bij de gemeente. 

    Op basis van de toegestuurde informatie, kan een erkende arts door Kind en Gezin je kind daarna uitnodigen voor een medisch onderzoek. De arts deelt de beslissing mee aan Kind en Gezin die op zijn beurt dit meedeelt aan de uitbetaler van het Groeipakket. De uitbetaler van het Groeipakket informeert je op zijn beurt over de bedragen waarop je aanspraak kan maken. Het zal de toeslag toekennen vanaf de datum van erkenning die vermeld staat op de beslissing. Een regularisatie van de toeslag voor het verleden is dus mogelijk. Alles hangt af van de beslissing. 

    De evaluerende arts van Kind en Gezin zal enkele maanden vóór de einddatum van de lopende erkenning onderzoeken of deze kan worden verlengd. 

    Als je kind in levensgevaar verkeert, dan is een versnelde behandeling van de aanvraag mogelijk. Als ouder kan je deze bijzondere procedure inroepen indien de levensverwachting van je kind op korte termijn bedreigd is én indien je kind aan een van de volgende medische voorwaarden voldoet: 

    • een zware behandeling die gevolgen heeft voor de immuniteit van het kind 
    • een belangrijke chirurgische ingreep in de loop van de 6 maanden na de geboorte of een ongeval 
    • er is een hospitalisering of posttraumatische revalidatie in een instelling gedurende minstens 6 maanden 
    • je kind geniet palliatieve verzorging. 

    Met deze bijzondere procedure zal een erkende arts door Kind en Gezin de specifieke ondersteuningsbehoefte vaststellen op basis van medische verslagen die bij de aanvraag zijn gevoegd, zonder bijkomend medisch onderzoek van je kind. Deze procedure mag niet worden toegepast op ambtshalve herzieningen of meermaals na elkaar. De beslissing naar aanleiding van deze versnelde procedure geldt tot maximaal één jaar na de datum van de aanvraag. 

    Je kan in beroep gaan tegen de beslissing van de evaluerende arts van Kind en Gezin bij de arbeidsrechtbank van je woonplaats. 

  • Op hoeveel toeslag heb je recht?

    Het bedrag hangt af van de ernst van de ondersteuningsbehoefte die door een erkende arts bij Kind en Gezin werd vastgesteld. 
    Bovenop het basisbedrag, kan je maandelijks aanspraak maken op een zorgtoeslag van 84,01 EUR tot 560,80 EUR volgens de ernst van de aandoening.

    Voor de kinderen die vroeger werden geëvalueerd op basis van hun zelfredzaamheid (oude reglementering), gelden de oude toeslagen op basis van de toegekende graad van zelfredzaamheid.  

    Als de medische toestand van je kind verandert, kan je altijd een nieuwe evaluatie aanvragen via je uitbetaler van het Groeipakket. 

  • Van 18 tot 21 jaar: werken of een sociale uitkering ontvangen.

    Het kind met een aandoening heeft een onvoorwaardelijk recht op de toeslag tot de maand waarin het 18 wordt. 

    Na de periode van onvoorwaardelijk recht kan een tewerkstelling of het ontvangen van een sociale uitkering een beletsel zijn voor de uitkering van de specifieke ondersteuningstoelage.

    Winstgevende activiteit:
    Het recht op toeslag wordt geschorst als de jongere:

    • Meer dan 475 uur per jaar als student werkt (verminderde sociale bijdragen)
    • Meer dan 80 uur per maand werkt (gewone sociale bijdragen)
    • Zelfstandig is en bijdragen betaalt als zelfstandige in hoofdberoep

    Wordt niet beschouwd als een winstgevende activiteit:

    • Tewerkstelling in een beschutte werkplaats, sociale werkplaats of bedrijf voor aangepast werk (“maatwerkbedrijf”)
    • Tewerkstelling/bezoldigde stage in kader van een praktische opleiding in systeem alternerend leren en werken
    • Tewerkstelling in kader van een leerovereenkomst

    Sociale uitkering:
    De toeslag wordt geschorst voor de maand waarop de uitkering betrekking heeft:

    • Ziekte, invaliditeit
    • Arbeidsongeval
    • Beroepsziekte
    • Werkloosheid
    • Loopbaanonderbreking

    De toeslag wordt niet geschorst:

    • Beroepsinschakelingsuitkering
    • Uitkering die voortvloeit uit een activiteit in:
      • Beschutte werkplaats
      • Systeem van alternerend leren
      • Een bezoldigde stageovereenkomst
      • Leerovereenkomst
         
  • En wat na 21 jaar?

    Zodra het kind 21 is, heeft het geen recht meer op de toeslag. Het kan nog gewone gezinstoeslag ontvangen tot zijn 25ste verjaardag wanneer het verder studeert of een leerovereenkomst volgt of zich inschrijft als werkzoekende. .

    De jongere kan bij het VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap) een aanvraag indienen om een toelage voor gehandicapten te genieten, zodra hij 20 jaar wordt. 

    Personen met een handicap die al 21 jaar waren op 1 juli 1987 en die toen kinderbijslag genoten, kunnen die verder ontvangen zonder leeftijdsbeperking. Deze regeling geldt enkel voor mindervaliden die werkzaam zijn in een beschutte werkplaats of waarvan de handicap ‘volledig en definitief’ erkend was.