Grote verandering voor je puber: het middelbaar komt eraan!

Een nieuwe school, een nieuwe werking, nieuwe vrienden en vooral de keuze van wat je kind wil doen tijdens de komende maanden en jaren.Waarvoor heeft je kind aanleg? Wat interesseert je puber? Of wat vindt je dochter of zoon net helemaal niét leuk?
Deze vragen helpen je al op weg voor de studiekeuze in het secundair onderwijs.

studiekeuze middelbaar onderwijs

Een studierichting kiezen: waar beginnen?

In het zesde leerjaar worden kinderen al wat voorbereid op de werking van het middelbaar onderwijs. Er wordt gepeild naar hun interesses en misschien gaan ze zelfs op schoolbezoek .
Op het einde van het traject in de lagere school, krijgen jij en je kind ook advies bij de studiekeuze. Sowieso staan jullie er niet alleen voor! Ook het CLB kan helpen.

Een woordje uitleg….

  • Stroom A, stroom B

Heeft je kind zijn getuigschrift behaald in het lager onderwijs? Dan komt hij of zij in de A-stroom terecht. Is dat niet het geval, dan worden jullie naar de B-stroom georiënteerd, waar de belangrijkste leerstof meer praktisch wordt aangeleerd, dan theoretisch. Het programma is grotendeels hetzelfde, alleen zijn de klassen kleiner en het onderwijstempo ligt een tikkeltje trager.
Na het eerste leerjaar B kan je oogappel  - in functie van de behaalde resultaten - nog verschillende richtingen uit: 1ste jaar A, 2de jaar B en uitzonderlijk ook 2de jaar A.

  • Waarom deze en geen andere school?

De vakken in de eerste graad (1ste en 2de jaar secundair onderwijs) lopen grotendeels gelijk in de verschillende scholen, maar elke school moet differentiatiepakketten aanbieden. De school is vrij om deze autonoom te bepalen. Informeer je dus goed welke differentiatievakken de verschillende scholen bij jou in de buurt aanbieden, om een goede keuze te kunnen maken.

  • Welk differentiatiepakket kiezen?

Als ouder heb je misschien een idee voor je oogappel, maar probeer je visie niet op te dringen. Vond jij als ouder Latijn geweldig? Super! Maar misschien houdt je kind wel van techniek of werken met de handen?Het worden vast lange, zware jaren als je puber iets moet leren dat hem of haar niet interesseert.

Ga samen aan de slag, communiceer en ondersteun je oogappel! Daar gaan we…

Stap 1: Zelfkennis

  • Graag manueel werk of eerder een kind met een talenknobbel, dat boeken verslindt?
  • Wat kan hij of zij goed?
  • Wat wil je kind later worden?

Aan de hand van simpele vragen, weten jullie welke richting uit te gaan.

Onderwijskiezer.be biedt een aantal praktische tests aan die peilen naar interesses enerzijds en werkhouding, motivatie en studiemethode anderzijds.

Stap 2: Leer de richtingen in het secundair onderwijs kennen

In het secundair onderwijs heb je een vaste basiscursus met enkele opties. Onderzoek deze opties eens, ga op verkenning!  Via de website van de toekomstige school of ook via Onderwijskiezer.be komen jullie al veel te weten.

De eerste twee jaren van het secundair onderwijs zijn heel ruim en worden ook besteed aan het verder verkennen van de talenten en capaciteiten; om dan nadien een juiste keuze te maken voor de volgende jaren.

Heb je trouwens al van STEM gehoord? STEM staat voor science-technology-engineering-mathematics. Ook ICT maakt volop deel uit van het programma. STEM werd ingevoerd door de Vlaamse regering om loopbanen in wiskunde, wetenschappen en techniek te stimuleren. - Misschien is een STEM-richting wel iets voor jouw kind?

Stap 3: Laat alles bezinken en ga ervoor!

Geef jezelf en je kind even de tijd om alle informatie op een rijtje te zetten. Combineer de interesses van je kind met de info die je hebt over de mogelijke studierichtingen en maak een studiekeuze. Parentia wenst jullie alvast veel succes.

Heeft je kind de eerste graad al doorlopen en staat de keuze voor de tweede graad voor de deur?

De tweede (3e en 4e secundair) en derde graad (5e en 6e secundair) staan voor de deur.

Tijd voor een nieuwe keuze!

Eerst en vooral informeert het oriënteringsattest  jullie over de doorstroommogelijkheden. Vanaf de tweede graad bestaan er 4 onderwijsvormenI Elke onderwijsvorm biedt talrijke, interessante opties:

  • Algemeen secundair onderwijs (ASO): besteedt aandacht aan een ruime theoretische vorming als voorbereiding op hoger onderwijs.
  • Beroepssecundair onderwijs (BSO): legt de nadruk op het aanleren van de praktisch kant van een beroep, in combinatie met een algemene vorming.
  • Kunstsecundair onderwijs (KSO): geeft een ruime algemene vorming, naast een grote nadruk op kunstvakken.
  • Technish secundair onderwijs (TSO): benadrukt algemene en technisch-theoretische vakken, met oog voor praktijklessen.

Wat je kind ook kiest, praat er samen over als gezin. Moest het niet lukken, kanje zoon of dochter natuurlijk nog van richting veranderen. Let wel op voor dreigende schoolmoeheid, wat tot slechte schoolresultaten kan leiden.
Wil je nog meer info over de overstap naar de middelbare school? We verzamelden alles wat je moet weten in ons handige dossier ‘Klaar voor de middelbare school?’.

Bronnen:

  • Onderwijs.vlaanderen
  • onderwijskiezer.be